Nobel of pamperen?

Nederland doet het erg goed met vrijwilligerswerk, we lopen hiermee op kop in Europa. Een teken dat het met de maatschappelijke betrokkenheid van ons wel goed zit. Maar net als je denkt dat je het goed doet, is er wel weer een onwelgevallig neveneffect aan te wijzen. Hoogleraar James Kennedy wijst ons in een artikel in Trouw erop dat vrijwilligerswerk ook een keerzijde heeft. Het kan mensen namelijk afhankelijk maken. In plaats van dat mensen nu een keer op eigen benen gaan staan. Kennedy pleit er dan ook voor dat mensen die door vrijwilligers geholpen worden iets terug gaan doen.

Wat dan? Nou, bijvoorbeeld meehelpen uitpakken bij de Voedselbank. Of een goed kop koffie zetten voor de vrijwilligers. De hoogleraar vindt het belangrijk dat er manieren gezocht worden om de wederkerigheid weer vorm te geven. En hij vindt dit overigens meer een taak van de organisaties dan van de vrijwilligers zelf. Want die kwamen nu juist om gewoon onbaatzuchtig hulp te geven. 

Kennedy verwees eerder al naar de Amerikaanse opbouwwerker Robert Lupton die in zijn boek ‘Toxic Charity’ ervoor pleitte dat de liefdadigheid mensen afhankelijk maakte. Maar dat niet alleen, het is daarnaast een aanslag op de waardigheid. Lupton zag dat de mensen passief bleven gedurende de tijd dat ze geld en praktische hulp kregen.

Interessant hier is dat Kennedy wijst op een andere trend in het vrijwilligerswerk, dat van de korte projecten. Hij denkt dat een wederkerige relatie alleen kan ontstaan wanneer er juist sprake is van een langdurige relatie tussen gever en ontvanger.

Het lijkt misschien ongezellig wat Kennedy nu allemaal schetst. Maar het is wel een belangrijke discussie, aangezien de overheid steeds meer taken wil doorschuiven naar het vrijwillige segment. Dan is het goed om tegen het licht te houden: op welke manier gaan organisaties en burgers samenwerken om deze taken uit te voeren?